|
De
gegevens van het luistertoestel (LT) moesten na waarneming direct bij een
zoeklicht (ZL) beschikbaar zijn om het waargenomen vliegtuig direct te
kunnen belichten ten behoeve van het luchtdoelgeschut. Elektrische
overbrenging was dan ook de beste oplossing. De reeds bestaande systemen
bij de Landmacht gebruikten, bij gebrek aan servo-systemen die in de
vroege dertiger jaren niet bestonden, voor deze overdracht een
overbrenging op “synchrone basis”, waarbij zeer zware dikke moeilijk
hanteerbare kabels werden gebruikt.
 Zoeklicht
Van Soest ontwikkelde het met lichte bekabeling
werkende step-systeem, dat de gegevens kaarthoek en elevatie overbracht
met impulsen. Met de ontwikkeling van dit systeem werd begonnen in 1929.
het step-systeem bestond aan
de zendzijde uit een elektromechanische inrichting. Het mechanisme
scheidde voorwaartse en achterwaartse beweging van de as en vertaalde elk
in afzonderlijke reeksen van plus en min impulsen. De beide reeksen werden
met afzonderlijke draden overgebracht; het aantal impulsen was evenredig
met de hoekrotatie. De ontvanger zette de
ontvangen reeks impulsen om in een evenredige voorwaartse of achterwaartse
wijzerstand. De wijzer bewoog op een ronde schaal over 360 graden (ofwel
6400 "artillerie" milliradialen) in 640 stappen. Door het draaimechanisme
onder mechanische druk te houden van een opgewonden veer konden de
impulsen voor het wijzertransport in elke draad worden gereduceerd tot 25
mA.
Een met de
hand instelbare volgwijzer, die in dekking werd gebracht met de bewegende
wijzer, diende om de door het luistertoestel opgegeven hoekstand opnieuw
met een zender, zoals eerder omschreven, over te brengen naar een andere
locatie. De maximale transportsnelheid bedroeg 150 impulsen (=stappen) per
seconde.
Na
de installatie van het luistertoestel voorzien van impulszenders voor
kaarthoek en elevatie, en het zoeklicht voorzien van impulsontvangers, op
locatie werden voor de aanvang van een meting, het luistertoestel op
kaarthoek en elevatie 0 en de zenders en ontvangers in de nulstand gezet
(het zogenaamde resetten). Op
de wijzerinstrumenten van het zoeklicht waren volgwijzers aanwezig, die
gekoppeld waren met de hoekinstelling van het zoeklicht. Met de handwielen
voor de kaarthoek en elevatie werden de volgwijzers op de wijzerinstelling
gebracht, die was aangegeven door het luistertoestel. Daarmee stond het
zoeklicht in dezelfde richting als door de correcteur van het
luistertoestel aangegeven.
 Zender
Ontvanger (zonder
volgwijzers)
In
de praktijk werd als schakel tussen luistertoestel en zoeklicht dikwijls
een kijkertoestel (KT) gebruikt.
 Kijkertoestel
Het onderstaande diagram
toont deze toestellen onderling verbonden door het step-systeem. Het
luistertoestel bracht zoals besproken de waarden van kaarthoek en elevatie
eerst over naar het kijkertoestel. Dit bevatte één dag- en één nachtkijker
en verder twee ontvangers voor de ontvangst van de kaarthoek en de
elevatie, en twee zenders voor de versturen van de kaarthoek en de
elevatie naar het zoeklicht. De werkwijze was hier hetzelfde als bij het
zoeklicht, met de handwielen de volgwijzers op de ontvangerwijzers zetten.
Vervolgens met een van de kijkers naar het doel kijken en bij eventuele
afwijking naar de kijkerkruisdraad corrigeren. Het zoeklicht heeft nu op
de rechts op het zoeklicht gemonteerde ontvangers de met de kijkers
geverifieerde kaarthoek en elevatie van het doel.
Omdat het luistertoestel in
een rustige omgeving moest staan, werd het kijkertoestel en het zoeklicht
op een grote afstand opgesteld.
Coördinatie van apparaten met het step systeem (volledige weergave 132 KB)
|