|
Het
luistertoestel "Kolonien" was duidelijk bedoeld om te voorzien in de
behoefte aan een mobiele en snel te monteren eenheid. Het uit delen
bestaande toestel werd op een tweewielige aanhanger, te trekken door een
motorvoertuig, vervoerd naar de waarnemingslocatie, waar het in zeer korte
tijd op de aanhanger kon worden opgebouwd. Het lichte en compacte
samenstel vormde een treffend contrast met de zware buitenlandse
uitrustingen. Bovendien waren de fabricagekosten aanzienlijk lager.
Het luistertoestel Kolonien contra luistertoestel Genie Zoals eerder vermeld hebben de Toestellen Kolonien goed gewerkt, terwijl t.a.v. de werking van de Nederlandse toestellen de geluiden nogal negatief zijn. Deze uitspraak hebben we ook te horen gekregen van veteranen. De luistertoestellen zijn volgens hen niet al te veel gebruikt. Volgens mij komt dat in belangrijke mate door het verschil in uitvoering, wat door de veteranen werd bevestigd. De Nederlandse toestellen waren niet uitgevoerd met een cylindrisch planchet en een overdrachtsysteem, het z.g. STEP-systeem. De toestellen Kolonien hadden beide toevoegingen wel. Een eerste eis bij het gebruik van een luistertoestel was een opstelplaats in een zeer rustige omgeving, waar bijgeluiden worden uitgebannen. Bij het toestel Kolonien kon zonder dat het personeel rond het toestel sprak de volledige waarnemings- en insteloperatie worden uitgevoerd. Als de aflezer zijn werk had gedaan en door een druk op een knop het commando “gereed” had gegeven, waren de gegevens, kaarthoek en elevatie, bij het kijkerztoestel c.q. het zoeklicht aanwezig. Bij het Nederlandse toestel van de Genie werd bij iedere waarneming van de kaarthoek en elevatie van de gehoorschelpen dit door de aflezer mondeling meegedeeld aan de bedienaar van de aan het luistertoestel toegevoegde hoekmeettafel (een vlak planchet, zie foto onder).
Deze procedure herhaalde zich nog tweemaal. Door extrapolatie op de reeks van deze drie waarnemingspunten werd de ware positie van het doel verkregen. De bedienaar van de hoekmeettafel bracht de kaarthoek en elevatie telefonisch over naar het zoeklicht. Het instellen van het zoeklicht kon daarna pas beginnen. Deze gehele procedure duurde uiteraard veel langer dan bij het toestel Kolonien. Verder werd er bij het luistertoestel door de aflezer en de bedienaar van de hoekmeettafel gesproken. Dit kon zo storend zijn voor de luisteraar dat hij het doel kwijtraakte. De in 1939 geleverde drie-assige toestellen hadden de bovengenoemde problemen in principe in mindere mate, maar de eerste door de Artillerie-Inrichtingen geleverde toestellen hadden zeer veel gebreken o.a. genoemd in het klachtenrapport van Sgt. Scheltens van VII Zoeklicht Afdeling tegen luchtdoelen. Begin 1940 was een deel van de problemen opgelost. Of de toestellen voor de capitulatie nog nuttig zijn geweest weten we niet en ook de veteranen hebben hier geen duidelijk antwoord op kunnen geven. Bij het drie-assige luistertoestel werden de hoeken van het standvlak vastgesteld, waarna het zoeklicht kon gaan zwaaien, een nauwkeurige positiebepaling van het doel was niet meer nodig.
Het archief van de Artillerie-Inrichtingen (A.I.) bevat veel brieven van de A.I. aan het Ministerie van Kolonien over de levering van luistertoestellen systeem Van Soest model 1935. Hieruit blijkt dat deze luistertoestellen (LT) werden geleverd met puncteer- en schrijfinrichtingen. Met deze luistertoestellen konden doelen dus ook schrijvend worden gevolgd. Verder blijkt uit de brieven dat de snelheden van de vliegtuigen in de loop van de tijd toenamen. In 1935 moesten de tabellen t.b.v. de akoestische correctie worden uitgevoerd tot vliegsnelheden van 100 km/ uur. In 1936 werd al gevraagd om een tabel tot 500 km/ uur. Deze ontwikkeling heeft geleid tot de ontwikkeling en bouw van de drie-assers. Uit de brieven blijkt dat de firma van Heijst gevestigd aan de Waldorpstraat te Den Haag voor de A.I. de bouwer van luistertoestellen, type Van Soest was. Er bestaan ook nog tekeningen van akoestische luistertoestellen, A.I.-productie, Van Heijst bouw.
De tweede tekening dd. 03-01-1940 (Van Heijst) is van een drie-assige van Soest in een geheel andere uitvoering dan degene die we kennen. Of deze apparaten voor de Tweede Wereldoorlog nog in productie genomen zijn, kunnen we niet achterhalen. Het laatste toestel is minder hoog van opbouw dan de al bekende drie-asser.
De aflezer zit met zijn hoofd achter de voeten van de luisteraar. Hoe de hoeken van het standvlak verkregen worden is hier in tegenstelling bij het eerdere type beter te begrijpen. Het toestel had waarschijnlijk een rond vlak planchet in horizontale opstelling. Drie-assige methode Tenslotte nog opgemerkt dat kortgeleden in het Van Soest-archief een dun schrift is gevonden met een door Van Soest geschreven tekst gedateerd april 1935, waarin uitleg wordt gegeven van twee drie‑assige systemen, de Utrechtse- en de Waalsdorpse methode. Het luistertoestel in het museum in Ede werkte volgens de Utrechtse methode. Ondanks zijn uitleg begrijpen we de werking van de Utrechtse methode nog steeds niet. De
Waalsdorpse methode werkte op het oorspronkelijke Van Soest-cylindrisch
planchet. Na drie waarnemingen of na een korte geschreven koers moest de
best passende vliegcurve op deze waarnemingen gelegd worden. Vervolgens
werd op het hoogste punt van de curve, pijlpunt, de elevatie en de
kaarthoek van het passeerpunt afgelezen. Deze elevatie en de hoek
loodrecht op deze kaarthoek waren de hoeken van het standvlak, waarop het
drie-assige zoeklicht moest worden ingesteld. Mogelijke werking van de Utrechtse methode Wordt de luisterschelp bewogen dan beweegt de pijlpunt P overeenkomstig over het binnenvlak van een denkbeeldig halfbolvormig planchet.
Voor het vastleggen van een standvlak zijn in de tijd
minimaal twee waarnemingspunten nodig. Er moet dus voor deze waarnemingen
een geheugenfunctie zijn. Misschien zijn er twee pijlen P1 en P2, die als
de luisteraar het doel heeft waargenomen, achtereenvolgens vast worden
gezet. De twee pijlen worden door een evenwijdige lichtbundel op de
gematteerde glasplaat met gradenboog geprojecteerd. De aflezer gaat de
waarnemingskast horizontaal ronddraaien tot de projectie van de beide
pijlpunten op een van de straallijnen van de gradenboog ligt. Aan het
einde van de straallijn is de elevatie en op de kaarthoek-gradenboog van
de waarnemingskast de kaarthoek van het standvlak af te lezen. De conclusie hieruit is dat Van Soest de uitvinder is van de drie-assige methode. In eerste drie-assige luistertoestellen wordt het Utrechtse systeem pas in 1939 teruggevonden. Akoestische luistertoestellen achterhaald door "elektrisch luistertoestel"Het was in de dertiger jaren duidelijk geworden dat de akoestische richtingsbepaling niet langer het hoofd kon bieden aan de toenemende snelheid van vliegtuigen als gevolg van de lage snelheid van geluid. De ontdekking in het Meetgebouw van de radioreflectie door vliegtuigen in 1937 werd daarom aangewend om deze beperking op te heffen. Het resultaat was het toen genoemde "elektrische" luistertoestel (later Radar genoemd), waarvan de eerste pre-productie modellen in de eerste maanden van 1940 gereed waren. |
| ||