Geluidstaal - Termen, spreekwoorden en gezegden

N.B. deze lijstjes zijn niet wetenschappelijk gefundeerd, maar gewoon verzameld omdat ik het leuk vind
Stuur jouw suggesties, naar redactie(ATTEKENTJE)geluidnieuws(ENKELEPUNT)nl
Hier nog iets anders: Geluidbeelden

 

Hindertermen
Lawaai
Burenlawaai
Herrie
Pokkeherrie
Takkeherrie
 
Dierengeluiden (voor kinderen)
Boe
Iiiaaa
Kukelekuu
Kwak
Miauw
Tok tok
Woef
 
Geluiden van de dode natuur
Donder
Windgeruis
Bladgeritsel
Borrelen
Branding
Waterval
Lawine
Vulkaanuitbarsting
 
Klanknabootsingen (zacht)
Fluisteren
Knisperen
Spetteren
Ritselen
Zuchten
Snuifen, snuffelen en sniffen
Gniffelen
Wrijven
Strelen
Slurpen
Smakken
Klanknabootsingen (neutraal)
Borrelen
Bubbelen
Fluiten
Klateren
Plonzen
Ploffen
Sissen
Snateren
Zoefen
Zoemen
Zwiepen
Klanknabootsingen (luid)
Brullen
Grommen
Grauwen
Schreeuwen
Lallen
Beuken
Muziektermen (volume!)
Forte
Fortissimo
Piano
Pianissimo
Neutrale termen
Decibel
Geluid
Hard
Klank
Luid
Stilte
Zacht
 
Vogelnamen met klanknabootsing
Fuut
Grutto
Karekiet
Kievit
Kiwi
Kluut
Koekoek
Kraai
Oehoe
Pieper (gras- duin-)
Snip
Tjiftjaf
Tureluur
Uil
Vink
Wielewaal
Wulp
Zanger (geen echte nabootsing)
Dierengeluiden (klanknabootsingen)
blaffen
blaten
grollen
grommen
hinniken
huilen
kakelen
keffen
kirren
knorren
koeren
kwaken
kwekken
kwetteren
mekkeren
miauwen
sjilpen
snateren
tjilpen
Menselijke geluiden
Babbelen
Fluisteren
Gapen, geeuwen
Giechelen
Gillen
Hikken
Hoesten
Huilen
Jodelen
Jubelen
Juichen
Kuchen
Lachen
Lallen
Mopperen
Neurien
Niezen
Praten
Roepen
Schateren
Slurpen
Smakken
Snikken
Snuiten
Snurken
Spreken
Schreeuwen
Stotteren
Tateren
Zingen
Zuchten
Uitroepen met klanknabootsing
Knal!
Bonk!
Boem!
Klak!
Klik!
Hatsjie!
Je gehoor
Oor
Oorschelp
Trommelvlies
Hamer, aambeeld, stijgbeugel
Ovale venster
Slakkenhuis
Gehoorzenuw
Mechanische geluiden
Motorlawaai
Bandengeluid
Rolgeluid
Straallawaai
Stromingsgeluid
Grenslaaglawaai
Klokgelui of getik
Voorwerpen
Muziekinstrumenten (allemaal)
Microfoon
Luidspreker
Oortelefoon, koptelefoon
Oorbeschermers, oordoppen
Geluidmeter
Windbol
Geluidsscherm
GROENE BOEKJE
gelui
[ge·lui], het
geluid [ge·luid], het, geluiden [ge·lui·den]
geluidarm [ge·luid·arm], bnw., geluidarme [ge·luid·ar·me]
geluidbelasting [ge·luid·be·las·ting], de[v.], geluidbelastingen [ge·luid·be·las·tin·gen]
geluiddemper [ge·luid·dem·per], de[m.], geluiddempers [ge·luid·dem·pers]
geluiddicht [ge·luid·dicht], bnw., geluiddichte [ge·luid·dich·te]
geluidhinder [ge·luid·hin·der], de[m]
geluidloos [ge·luid·loos], bnw., geluidloze [ge·luid·lo·ze], geluidlozer [ge·luid·lo·zer], geluidloost [ge·luid·loost]
geluidsapparatuur [ge·luids·ap·pa·ra·tuur], de[v.]
geluidsarm [ge·luids·arm], bnw., geluidsarme [ge·luids·ar·me]
geluidsband [ge·luids·band], de[m.], geluidsbanden [ge·luids·ban·den]
geluidsbarričre [ge·luids·bar·ri·č·re], de, geluidsbarričres [ge·luids·bar·ri·č·res]
geluidsbox [ge·luids·box], de[m.], geluidsboxen [ge·luids·boxen]
geluidscapaciteit [ge·luids·ca·pa·ci·teit], de[v.]
geluidscassette [ge·luids·cas·set·te], de, geluidscassettes [ge·luids·cas·set·tes]
geluidsdrager [ge·luids·dra·ger], de[m.], geluidsdragers [ge·luids·dra·gers]
geluidsfilm [ge·luids·film], de[m.], geluidsfilms [ge·luids·films]
geluidsgolf [ge·luids·golf], de, geluidsgolven [ge·luids·gol·ven]
geluidshinder [ge·luids·hin·der], de[m.]
geluidsinstallatie [ge·luids·in·stal·la·tie], de[v.], geluidsinstallaties [ge·luids·in·stal·la·ties]
geluidsisolatie [ge·luids·iso·la·tie], de[v.]
geluidskaart [ge·luids·kaart], de, geluidskaarten [ge·luids·kaar·ten]
geluidskwaliteit [ge·luids·kwa·li·teit], de[v.]
geluidsmuur [ge·luids·muur], de[m.], geluidsmuren [ge·luids·mu·ren]
geluidsopname [ge·luids·op·na·me], de, geluidsopnamen [ge·luids·op·na·men], geluidsopnames [ge·luids·op·na·mes]
geluidsopnameapparatuur [ge·luids·op·na·me·ap·pa·ra·tuur], de[v.]
geluidsoverlast [ge·luids·over·last], de[m.]
geluidspoort [ge·luids·poort], de, geluidspoorten [ge·luids·poor·ten]
geluidsprikkel [ge·luids·prik·kel], de[m.], geluidsprikkels [ge·luids·prik·kels]
geluidssignaal [ge·luids·sig·naal], het, geluidssignalen [ge·luids·sig·na·len]
geluidssnelheid [ge·luids·snel·heid], de[v.]
geluidssterkte [ge·luids·sterk·te], de[v.]
geluidstechnicus [ge·luids·tech·ni·cus], de[m.], geluidstechnici [ge·luids·tech·ni·ci]
geluidstechnisch [ge·luids·tech·nisch], bnw., geluidstechnische [ge·luids·tech·ni·sche]
geluidstoren [ge·luids·to·ren], de[m.], geluidstorens [ge·luids·to·rens]
geluidstrechter [ge·luids·trech·ter], de[m.], geluidstrechters [ge·luids·trech·ters]
geluidstrilling [ge·luids·tril·ling], de[v.], geluidstrillingen [ge·luids·tril·lin·gen]
geluidsversterker [ge·luids·ver·ster·ker], de[m.], geluidsversterkers [ge·luids·ver·ster·kers]
geluidsvolume [ge·luids·vo·lu·me], het
geluidswand [ge·luids·wand], de[m.], geluidswanden [ge·luids·wan·den]
geluidswerend [ge·luids·we·rend]
geluidwerend
[ge·luid·we·rend], bnw., geluidswerende [ge·luids·we·ren·de], geluidwerende [ge·luid·we·ren·de]
geluidszone [ge·luids·zo·ne], de, geluidszones [ge·luids·zo·nes]
geluidversterker [ge·luid·ver·ster·ker], de[m.], geluidversterkers [ge·luid·ver·ster·kers]
geluidzone [ge·luid·zo·ne], de, geluidzones [ge·luid·zo·nes]
 
herrie [her·rie], de
herriemaker [her·rie·ma·ker], de[m.], herriemakers [her·rie·ma·kers]
herrieschopper [her·rie·schop·per], de[m.], herrieschoppers [her·rie·schop·pers]
lawaai [la·waai], het
lawaaibestrijding [la·waai·be·strij·ding], de[v.]
lawaaien [la·waai·en], ww., lawaaide [la·waai·de], gelawaaid [ge·la·waaid]
lawaaierig [la·waai·e·rig], bnw., lawaaierige [la·waai·e·ri·ge]
lawaaierigheid
[la·waai·e·rig·heid], de[v.]
lawaaiig [la·waai·ig], bnw., lawaaiige [la·waai·ige]
lawaaimaker [la·waai·ma·ker], de[m.], lawaaimakers [la·waai·ma·kers]
lawaaioverlast [la·waai·over·last], de[m.]
lawaaisaus [la·waai·saus], de, lawaaisausen [la·waai·sau·sen], lawaaisauzen [la·waai·sau·zen]
lawaaischopper [la·waai·schop·per], de[m.], lawaaischoppers [la·waai·schop·pers]
lawaaisoep [la·waai·soep], de